Santé Zeeland

Santé Zeeland beweegt door Zeeland als een netwerk van professionals en geïnteresseerden die positief bijdragen aan de toekomst van de Zeeuwse zorgeconomie.

Een werkeiland voor Zeeuwse Zorg?

17 augustus 2015

Het rapport van de commissie “Toekomstige Zorg Zeeland” schetst een mooi toekomstbeeld: zorg dichtbij huis, specialistische zorg op afstand, maar met voldoende schaal om kwalitatief goed en betrouwbaar te zijn. Een brede samenwerking tussen overheden, zorgsector en verzekeraar om van preventie tot de langdurige Zeeland te ontzorgen.

Van harte BeterschapHet is een aanlokkelijk perspectief. Sommige ingrepen zullen pijn doen, maar er is een groeiend besef dat stilzitten leidt tot verlies van belangrijke functies. In dat licht is het hoopgevend dat na vele jaren van stagnatie eindelijk beweging komt in het GGZ-dossier. Media brengen het als een verlies van psychiatrische zorg in delen van Zeeland. De wijze waarop de verschillende partijen de markt voor geestelijke gezondheidszorg tot voor kort verdeelden, was echter inefficient en weinig verantwoord.

Voor patiënten gaat deze concentratie pas echt zijn vruchten afwerpen als een andere aanbeveling van de commissie tot uitvoering komt, namelijk het inrichten van ‘integrale zorgcentra en servicepunten’. De servicepunten zullen veelal aansluiten bij voorzieningen die nu al zijn ontstaan rond eerstelijnscentra en apotheken. De zorgcentra zullen regionaal georganiseerd worden en vormen de verbindende schakel tussen de servicepunten enerzijds en de medische specialismen anderzijds.

Denkmodel invulling integraal zorgcentrum

In een dergelijk centrum kan een huisarts spreekuur houden en zo nodig een medisch specialist op afstand consulteren. Zo zullen deze centra en servicepunten ook een belangrijke functie gaan vervullen in de nieuwe organisatie van de geestelijke gezondheidszorg.

De belangrijke vraag in dit verband is welke route gekozen wordt richting de voorgestelde oplossingen. Het plan geeft aan bij bestaande (infra-)structuren aan te willen sluiten. Een voorbeeld daarvan is de seniorenkliniek in Hulst. In andere delen van de provincie ontbreken echter voorzieningen die als vertrekpunt genomen kunnen worden en het is niet te verwachten dat aanbieders hier uit zichzelf deze voorzieningen zullen ontwikkelen. Het zal cruciaal zijn voor kwaliteit en draagvlak van de nieuwe voorzieningen, hoe de keuzes tot stand komen. Ik vermoed dat op een aantal heikele onderwerpen de zeggingskracht van verzekeraar en gemeenten doorslaggevend zal zijn.

Daarmee is op zich niet veel mis, deze partijen hebben immers namens het grootste deel van de Zeeuwen de bevoegdheid om zorg in te kopen en te organiseren. Wil het verhaal echter gaan werken, dan zal het totaalontwerp echter op inhoud door alle partijen geaccordeerd moten worden. De belangrijkste troef die de inkopers van verzekeraar en gemeenten kunnen spelen is een financiële, en dat is ook de finale troef. Vooralsnog moeten geprobeerd worden uit die sfeer te blijven.

Nu – geïnspireerd door het plan – de ontwerpfase wordt ingegaan, is behoefte aan sturing en regie op inhoud. Naar mijn idee zouden verschillende spelers gezamenlijk een werkmaatschappij moeten inrichten die uitvoerend verantwoordelijk wordt voor ontwerp, testen en implementatie. Het is niet alleen praktisch voor uitvoering van sommige onderdelen (zoals een EPD en het opzetten van de netwerkstructuur tussen de servicepunten en zorgcentra), maar het gaat er ook om dat partijen hun commitment kunnen tonen door een formele verbinding met de gezamenlijke ambitie en uitwerking daarvan.

Daarbij zal het ook waardevol blijken om in het kader van regiospecifieke thematiek iemand te hebben die namens de breedte van de sector, gemeenten, verzekeraar en andere betrokkenen het woord kan voeren, fondsen kan werven en zo nodig experimenteerruimte kan krijgen. Programma’s als GoedLeven en de Zeeuwse Huiskamer laten zien dat er absoluut bereidheid is om te participeren in een gezamenlijke innovatieruimte.

Het grootste gedeelte van zorg en gemeenten zijn in korte tijd betrokken geraakt in dit proces. De commissie heeft daarmee een goede stap gezet. De volgende stap richting een werkmaatschappij (een werkeiland voor Zeeuwse Zorg?) hoeft geen grote meer te zijn. Het momentum is daar.

Santé!
Arend Roos

Op 25 augustus staat de Santé Zeeland-borrel in het teken van het rapport van de commissie Toekomstige Zorg Zeeland. Drie personen zullen daar vanuit verschillende invalshoeken op reageren: Ronald de Meij (directeur GGD Zeeland), Piet van der Maas (RvB Curamus) en Jan Zwemer (CDA-raadslid in Middelburg en docent ethiek aan de HZ).
Welkom! Meer informatie is hier te vinden.

Lees hier het bericht Werkeiland 2
Lees hier het bericht Werkeiland 3

Sluiten